Onderwijssoorten

Wat voor soorten voortgezet onderwijs zijn er allemaal?

vmbo, mavo, havo, vwo (atheneum en gymnasium) Een korte uitleg.

vmbo = voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs

De naam ‘voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs’ zegt precies waar het om gaat:

je wordt voorbereid op het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Meer dan de helft van alle leerlingen uit groep 8 kiest voor het vmbo. Een vmbo-opleiding duurt vier jaar en je bereidt je daarin voor op een beroepsopleiding. De eerste twee jaar van het vmbo zijn algemeen. Je bent dan nog niet bezig met een bepaald beroep. Daarna ga je verder in een van de vier leerwegen die het vmbo kent:

– basisberoepsgericht (algemene en beroepsgerichte praktijkvakken)

– kaderberoepsgericht (dezelfde vakken als basis, maar dan iets moeilijker)

– gemengd (algemene vakken en één beroepsgericht vak en wat moeilijker dan kader)

– theoretisch (ook wel mavo, alleen algemene vakken, zelfde niveau als gemengd)

havo = hoger algemeen voortgezet onderwijs

Een stapje hoger dan het vmbo. Ongeveer een kwart van alle groep 8-ers gaat hiernaartoe.

De havo-opleiding duurt vijf jaar. In de vierde klas kies je een bepaalde richting waarin je later verder wilt leren. Je kunt kiezen uit vier mogelijkheden, die we ‘profielen’ noemen. Bij elk profiel heb je te maken met verplichte vakken en keuzevakken. Met een havodiploma kun je verder naar het vwo of het hbo (hoger beroeps onderwijs)

vwo = voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

Weer een stapje hoger dan havo. Als je naar de universiteit wilt, heb je vwo-niveau nodig. De vwo-opleiding duurt zes jaar. Het vwo kent twee afdelingen: atheneum en gymnasium. Op het gymnasium krijg je les in ‘klassieke culturele vorming’ en de klassieke talen Latijn en Grieks. Op het atheneum niet. Ongeveer één op de zes leerlingen gaat na de basisschool naar het vwo